Slide background

Islamisering van
Marokko

Berberopstand (Kharedijsme).
Onafhankelijk Marokko.

Verval van de Idrisiden
Na de successies van een aantal leiders
wordt het land verdeeld onder de opvolgers,
wat de Idrisiden verzwakte. Zij werden
in 920 verslagen door de Fatimiden uit het
oosten en aan het eind van de 10e eeuw
door het Omajjadenkalifaat Córdoba.

Dynastie Wattasiden
(1465-1554)

De Wattasiden vormen
een zijtak van de
Meridinen stam. Zij komen in 1465
in opstand tegen de Meriniden,
waarna ze de macht overnamen.
Hun regeerperiode wordt getekend door
interne instabiliteit en de externe
dreiging van de Portugezen.

Dynastie Idrisiden
(780-974)

Idriss I, die als
religieus hoofd in Marokkowordt
erkend, sticht de eerste Staat van
Marokko. De Idrisiden, zijn dynastie,
zouden door middel van militaire
veldtochten in het hoge Atlasgebergte
hun machtsgebied aanzienlijk
vergroten.


Dynastie Almoraviden
(1040-1147)

Na de val van de Idrisiden
wordt Marokko in het
noorden geregeerd door
de Maghrawaden en in
het zuiden door een
aantal Berberse stammen.

Berber Sanhaja
De Sanhaja zijn in deze tijd één van
de drie belangrijkste Berbergroeperingen.
Zij zijn nomaden, religieuze militairen,
die van Mauritanië naar Marokko komen.

Dynastie Almohaden
De Almohaden zijn een van
de belangrijkste Berbergroeperingen.
De stichter van deze Sanhaja was de diep
religieuze Ibn Toumert, die moest vluchten
wegens zijn verzet tegen de Almoraviden.
De Almohaden verslaan de Almoraviden
in 1147, waarna ze twee eeuwen lang over
de Maghreb en over een gedeelte van
Spanje regeerden.

De dynastie Meriniden (1244-1465)
De Berberse Meriniden versloegen de Almohaden in 1244.
Zij verfraaiden de hoofdstad Fez, bevorderden de kunsten en
bewapenden piraten.

Mariniden

De nieuwe regeerperiode werd gekenmerkt door zowel een inkrimping van het Almohadische Rijk, dat moest worden gedeeld met de Abdalwadiden uit Tlemcen en de Hafsiden uit Tunis, als door het verlies van Andalusië, waar de machtsverhoudingen duidelijk waren veranderd in het voordeel van de Spaanse Reconquista.
Het tijdperk van de Mariniden was voor Marokko zelf beslist geen periode van achteruitgang. De Marinide-vorsten waren grote bouwheren. Naast het oude Fès, opnieuw de politieke hoofdstad van het land, stichtten zij hun bestuurscentrum Fès el-Djedid {het nieuwe Fès) en voorzagen het van paleizen, schitterende huizen, moskeeen, soeks, ha mams, weelderige tuinen, vijvers en fonteinen. De oude medina werd echter niet vergeten en verfraaid met een groot aantal monumenten, waaronder mederso ·s of koranscholen, waarvan de mooiste nog bestaan en getuigen van de verfijning en het vakmanschap van de architecten en ambachtslieden Ook andere steden mochten zich in hun belangstelling verheugen, zoals Meknès, Saté, Marrakech en Ceuta, waar eveneens medersa’s werden gebouwd, terwijl in de vroegere Romeinse nederzetting Sala (het huidige Chella, biJ Rabat) een koninklijke necropool kwam. De kunst van de Mariniden bleef echter nauw verwant aan die van de Nasriden in Granada

Net als hun voorgangers stimuleerden de Marinide-vorsten de letterkunde, en dichters, schrijvers en geschiedkundigen stonden dan ook b11 hen in de gunst. In die tijd schreef lbn Khaldoun de beroemde inleiding Moeqoddimo bij ziJn historische werk Kitob ol-/bor [ Torikh of Borbor =- de geschiedenis van de Berbers], stelde de vizier en dichter lbn al-Khatib zijn beste bundels samen en maakte lbn Battoeta zijn grote wereldreizen. De Marinidevorsten bevorderden eveneens de kunstnijverheid, waardoor ateliertjes als paddestoelen uit de grond schoten. Zij waren met name dol op tiroz [ terz = borduurwerk], zijden stoffen met geborduurde inscripties van gouddraad, die voor hen een symbool werden. De bloei van de dynastie gold echter alleen voor de eerste honderd jaar, want de eeuw erna werd getekend door het naderende verval.
Wikipedia