Spaans-Marokkaanse Oorlog

Op 22 oktober 1859 verklaart Spanje de oorlog aan Marokko, wat het begin vormde voor de Spaans-Marokkaanse Oorlog (1859-1860). Spanje was voor de uitbraak van de oorlog al in het bezit van twee stadskolonies in Marokko: Ceuta en Melilla. Maar de Marokkanen wilden deze steden niet zonder slag of stoot opgeven.

Aanval op Ceuta
Halverwege de 19e eeuw was Spanje het grootste deel van haar kolonies in Zuid-Amerika en Azie geraakt. Om de laatste kolonies, de steden Ceuta en Melilla in Marokko, veilig te stellen besloot de Spaanse premier begin 1859 de forten rond Ceuta dat sinds 1688 in bezit was van de Spanjaarden, te gaan versterken. De Marokkaanse Sultan Abd-al-Rahman was er echter van overtuigd dat de twee steden, Ceuta en Melilla, die Spanje zich had toegeëigend, bij Marokko hoorden. De Marokkaanse bevolking en het leger begonnen in opdracht van de regering met aanvallen op de steden, in de hoop die te heroveren. Zo beschadigden Marokkaanse rebellen uit het Rifgebergte in augustus 1859 d forten die de Spanjaarden juist probeerden te versterken. Een aantal Spanjaarden die op dat moment aan het werk waren werd hierbij gedood.

Oorlogsverklaring aan Marokko
Spanje eiste daarop een schadevergoeding van de Marokkaanse Sultan Abd-al-Rahman. Hij had echter geen intentie om de schadevergoeding te betalen. Nadat de Sultan onverwachts stierf kwamen de onderhandelingen over de schadevergoeding helemaal tot stilstand, tot grote ergernis van Spanje. Op 22 oktober 1859 verklaarde Spanje de oorlog aan Marokko. De nieuwe Marokkaanse Sultan Mulay Mohammed reageerde snel en stuurde een leger naar het noorden van Marokko om tegen de Spanjaarden te vechten. Spanje had echter al een leger paraat om haar nederzettingen te verdedigen. In 1860 vonden er meerdere veldslagen plaats in het noorden van Marokko, zoals de Slag bij Tétouan en de Slag om Wad-Ras. Spanje won alle veldslagen en op 23 maart 1860 gaf de Sultan zich over. Beide landen tekenden op 26 april 1860 het verdrag van Wad-Ras. In dit verdrag stond dat Spanje rechtmatig eigenaar van Ceuta en Mllilla was en dat Marokko zou stoppen met de herhaaldelijke aanvallen op de twee steden. Ook moest Marokko herstelbetalingen betalen aan Spanje.